Wie was de Tongerse Edmond Jaminé ?
Marie Henri
HISTORIEK van de familie “EDMOND JAMINE “
De vader van Edmond Jaminé was:
zoon van burgemeester Laurens
De moeder van Edmond Jaminé was:
Hendrika Maria Catharina FONTAINE geboren te Tongeren (8 maart 1830)
Zij huwden te Tongeren op 18 juli 1855.
Het jonge echtpaar vestigde zich in de Oostvlaamse gemeente Herzele, waar Jan Edmond Jaminé ontvanger was van de registratie.
Uit dit huwelijk werd op 21 oktober 1856 hun zoon MARIA HENRI JOSEPH EDMOND geboren en enkele jaren later hun dochter Laura.
Van Herzele verhuisde het gezin naar Ninove, maar uiteindelijk werd Tongeren toch terug de geliefkoosde woonplaats.
Vader Jaminé overleed te Namen op 24 april 1882 op de ouderdom van 53 jaar.
Moeder Jaminé-Fontaine kwam terug naar Tongeren en woonde met haar twee kinderen, zoon Edmond en dochter Laura, te Tongeren, Predikherenstraat, n° 14.
Uit het bevolkingsregister blijkt dat dochter Laura op 5 oktober 1888 uitweek naar Meerssen in Nederland.
De interesse van Edmond Jaminé ging ondanks zijn studies hoofdzakelijk naar beoefenen van zijn hobby’s: muziek, toneel, fotografie en zelfs sterrenkunde.
Zijn veelzijdige talenten heeft hij steeds onbaatzuchtig ten dienste gesteld van zijn Stadsgenoten.
MARIE HENRI JOSEPH EDMOND JAMINE ( geb.te Herzele 21 oktober 1856 ) studeerde aan het Klein Seminarie te Sint Truiden, waar hij zelfs 2 jaren filosofie deed. Daarna trok hij naar Luik en wou apotheker worden maar uiteindelijk koos hij voor Rechten. Advocaat is hij echter nooit geworden maar wel avoué bij de Rechtbank te Tongeren, beroep dat hij haast niet heeft uitgeoefend.
Op 7 november 1885 huwde hij met JOHANNA HUBERTINA EMERANTIA VANDENRYDT, dochter van avoué Hubert Vandenrydt.
De jonggehuwden, Edmond Jaminé en zijn echtgenote Vandenrydt, woonden in bij de familie Vandenrydt. Die woonden in het huis nr 1 van de toenmalige Viaductstraat, nu de Edmond Jaminéstraat (de huidige building Leopold). Daar bleef het echtpaar Jaminé-Vandenrydt wonen tot in 1927 om in dat zelfde jaar hun intrek te nemen bij hun zoon, priester, te Hamont.
Uit hun huwelijk werden vier kinderen geboren.
1. Marie
Die vestigde zich op 9 december 1924 in Sint-
Volgens het bevolkingsregister oefende hij het beroep uit van “ courtier automobile “.
2. Marie
Het werd een dochtertje en die overleed op 8 oktober “ par faiblesse “.
Moeder Jaminé heeft het verlies van haar dochtertje nooit kunnen verwerken, werd melancholisch en trok zich terug gehandicapt door zwaar verdriet.
Het leed van zijn vrouw heeft op vader, Edmond Jaminé, ontzettend indruk gemaakt. Zijn muziek, zijn toneel, zijn andere hobby’s en vooral het omgaan met kinderen waren voor hem dan ook een uitgelezen vlucht, een soort bevrijding.
3. Marie
Die werd advocaat en huwde te Gent op 12 februari 1920 met Christine Colette Marie Louise De Cuyper uit Gent.
4. Marie
Die werd priester-leraar in de Vrije Vakschool van Tongeren en werd te Tongeren in het volksregister uit geschreven met bestemming Wonck. Van daar verhuisde hij in 1927 naar Hamont waar hij Rector werd.
|
KORTE OMSCHRIJVING VAN EEN TALENTVOL IEMAND. |
Hij is ook gekend om zijn tientallen Tongerse kluchtliederen. Bovendien was het dialect van de Tongerse bevolking hem bijzonder lief. Diverse toneelstukken, liederen en allerhande sketches, natuurlijk in het sappige Tongerse dialect, waren bijzonder typerend voor deze volksmens en meer speciaal een uiting van zijn gehechtheid aan de Tongerse bevolking. Dit was voor hem de basis om zijn stadgenoten te amuseren in gezonde, culturele sfeer.
Internationale bekendheid verwierf hij echter door zijn processieliederen met als toppunt “Het loflied der Engelen “ geschreven in 1911 voor de groep ” De Zingende Maagden” uit de zevenjaarlijkse Kroningsprocessie, groep die hij bij die gelegenheid oprichtte.
Hij heeft onbetwistbaar in de Kroningsprocessie het biddend volk tot een devoot, zingend volk verheven en daarbij aan heel het processiegebeuren ongeëvenaard luister bijgebracht.
De door Edmond Jaminé in 1911 opgerichte groep “De Zingende Maagden” met de enig mooie processieliederen van “Jamineeke” is en blijft het summum van de steeds weerkerende zevenjaarlijkse processie, die elke Tongenaar van welke politieke strekking of religie ook nauw aan het hart ligt.
De prachtige liederen, zowel wat muziek als tekst betreft, brengt de toeschouwers in een ongekende, devote stemming en mening mens krijgt bij het voorbijtrekken van de wuivende Zingende Maagden tranen in de ogen.
Het is praktisch niet mogelijk om gans het werk van Edmond Jaminé samen te bundelen omdat heel wat werk van de Tongerse toneelschrijver en componist zoek is geraakt. Hij zelf gaf vaak op eenvoudige aanvraag een van zijn werken aan vrienden en kennissen. Het is dan ook aan te nemen dat heel wat werk van zijn hand zich in privé-bezit bevindt.
Ook bij het schrijven van begeleidende teksten wist hij de juiste snaar te bespelen.
Hij combineerde allerhande soorten muziek: gelegenheidscantates, marsen, liturgisch muziek, salonmuziek, koormuziek en romantische liederen voor solo. Kortom hij was een veelzijdige componist
|
ZIJN MUZIKAAL WERK |
Met zijn processieliederen en de daarbij horende harmoniebegeleiding is hij voor elke Tongenaar onafscheidbaar verbonden met de Zevenjaarlijkse Kroningsprocessie.
Zijn Tongerse kluchtige en ernstige liedjes zorgden elke keer voor bomvolle zalen.
Jaminé kon op eigen houtje een ganse avond vullen met zijn eigen ontworpen Tongerse liedjes en sketches
Zijn optredens kenden bij de Tongerse bevolking een ongekend succes vooral omdat hij zelf zong en voordroeg. ’t Was een volkskunst van de bovenste plank vol humor en satire, soms ook ontroerend maar nooit kwetsend of gemeen.
Talrijke Tongenaren spreken door de jaren heen met lof en enthousiasme over hun stadgenoot en brengen getuigenissen over hun onvergetelijke volkskunstenaar.
Volgens
Arthur Meulemans verwoordde in 1948 op de Jaminé – viering van het Davidsfonds in zaal Forum zijn rake bemerkingen als volgt : “ Nog immer als pareltjes van geest en fijnzinnige ironie en van sober gehouden, doch karaktervolle menstypering; blijven voor mij het historietje aan de Jeker :
“ Ich zek ’t oin osmeer “ , “ Neske “, “ Men iëste jonge broek “
Die dingen waren even sterk, indien niet beter, als vele zaken uit “Le Chat noir “ te Parijs, waar Verlaine zoveel avonden doorbracht. “ Aldus Arthur Meulemans.
|
ZIJN TONEELWERK |
Edmond Jaminé was een aristocraat, die zich graag ten dienste stelde van de gewone volksmens. Zijn humor getuigde van zijn fijnzinnige geaardheid en was nooit platvloers. Soms kon hij weleens sarcastisch uithalen naar aanstellerige prominenten of politiekers. Van een zaak had hij geen kaas gegeten : dat was van geldgewin. In alles wat hij deed voor de volkskunst was geld het minst van zijn zorgen.
Edmond Jaminé was bijzonder goed vertrouwd met het Tongers dialect.
Edmond Jaminé was niet alleen een veelzijdig artiest op gebied van muziekkunst maar ook op gebied van toneelkunst was hij een onvermoeibaar genie. Hij was tegelijk auteur, regisseur, toneelmeester, grimeur en niet het minst een graag geziene toneelacteur.
Tongenaren getuigen dat Edmond zijn grootste plezier vond in het Tongers dialect te beheersen en te kunnen spreken. Nochtans was in die tijd de franse taal een alledaags gebruik bij de aristocratische families en bovendien had hij zelf studies gedaan te Luik. Maar Edmond heeft zich ingeleefd in de culturele volksgewoonten van de stad en was een Tongenaar onder de Tongenaren. Hij nam afstand van het franse volksvreemd gedoe om resoluut de kant te kiezen van de werkende klasse.
Jaminé kon omwille van zijn oprechtheid, rekenen op de sympathie en medewerking van een hele schare weldenkende mensen, die in hem de stuwende kracht ontdekten om de gewone man van de straat naar en hoger niveau op te tillen.
|
ZIJN FOTOGRAFIE |
Zijn meest bekende werk is: “ De Kempen “ die op verzoek van Koning Albert I werd samengesteld.
Een van zijn bekendste foto’s is een opname van de bliksem, genomen van op een kerktoren. Om zo ’n korte momentopname te kunnen realiseren moet men kunnen beschikken over een snelle sluiter. Dat hij dit kon, toont aan dat hij voor die tijd moest beschikken over een uitzonderlijke uitrusting.
Bovendien had hij een apothekerstudie gedaan te Luik waardoor de omgang met de foto-ontwikkelingspreparaten werd vergemakkelijkt. Hij bezat ook een ruime collectie foto-apparaten en lenzen, waarmee hij uitstekend wist om te gaan.
Hij had in deze nog vroege fase van de fotografische kunst zelf zijn eigen vergroter gebouwd, wat voor die tijd een hoogstaand technologisch standje was.
Zijn kennis over fotografie reikte zelfs tot in het buitenland, vanwaar men hem vaak kwam raadplegen. Hij werd zelfs ooit aangezocht door KU Leuven om lezing met lichtbeelden te geven over lenzen.
Daarnaast was hij ook een beetje schrijnwerker want het omlijsten van zijn foto’s deed hij ook zelf.
Dat alles samen met de vele andere attributen deed zijn werkplaats uitzien als de plaats waar een duizendpotige kunstenaar dag in dag uit werkzaam was.
Daarbij was hij ook nog officieel fotograaf van het Parket te Tongeren en ook van de koolmijn “Limbourg-Meuse “ van Eisden.
Op bepaald ogenblik krijgt hij de opdracht van st:ad Tongeren om een fotoalbum te construeren om de Amerikanen te danken voor de verstrekte voedselhulp.
Dit boek, omlijst met toonbeelden van zijn muziek en Franse verzen zonder te spreken van de versieringen van het boek met beeldhouwde omrandingen, werd via de Amerikaanse Ambassadeur aan het Congres van de Verenigde Staten aangeboden.
De Ambassadeur kwam persoonlijk in opdracht van het Amerikaans Congres naar Tongeren om Jaminé te bedanken.
De Amerikanen waren diep getroffen door het beeld van een kind, dat in een witte boterham beet. Van deze foto wilde de Ambassadeur 700 afdrukken bestellen. Wat deed Jamineeke ? Hij gaf gewoon het cliché mee.
Andermaal typerend voor Jaminé als zijnde een bewijs dat geldgewin het minst van zijn zorgen was.
|
EINDE VAN EEN VERDIENSTELIJK MAN. |
Hij overleed te Hamont op 22 april 1932 en werd te Tongeren begraven.
De marmeren plaat op zijn graf vermeldt enkel zijn naam, de jaargetallen 1856 - 1932 en de vermelding “ Auteur van het Loflied der Engelen.”
Op zijn doodsprentje lezen we :
“Ere-voorzitter van Cercle Sportif Tongeren “
Gewezen voorzitter
Pleitbezorger bij de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren
Oud lid van de Kerkfabriek der Basiliek O.L.V van Tongeren
Ridder in de Kroonorde

